Kleur genetica Freddy Vermeersch

Kleur genetica door Freddy Vermeersch

DE KLEUREN VAN DE SCIURUS FAMILIE.

 

Deze eekhoorns zijn ros, donker bruin, driekleur tot zwart met witte buik. De rosse hebben een meer crème kleurige buik. Door inteelt zijn er ook bonte en albino’s ontstaan. Er is ook grijs en soorten met een groen achtige schijn. De Sciurus familie is een grote familie, ik zal me daarom meer richten tot de Sciurus lis. Deze Japanse eekhoorn wordt zowel in Nederland, Duitsland als in België nog met succes gefokt. De Sciurus vulgaris variant is al lange tijd beschermd. Volgens de nieuwe wetgeving moet ieder die er nog aan wil beginnen welke soort het ook is, eerst een aanvraag indienen bij het Ministerie van Landbouw.

Basisgenetica.

 

Het lichaam van elk levend wezen is opgebouwd in genen. Deze genen dragen de erfelijke informatie. Voor ieder stukje erfelijke informatie bestaat er een apart gen.  De chromosomen zijn in paren aanwezig, één van de vader en één van de moeder. Voor elke eigenschap van een cel zijn dus twéé genen verantwoordelijk. Bij de vorming van de geslachtscellen wordt de informatie gesplitst, zodat de chromosomen in de eicel en in de zaadcel slechts enkelvoudig aanwezig zijn. Bij de paring van man en vrouw vindt de bevruchting plaats tussen de mannelijke zaadcel en de vrouwelijke eicel. Samen vormen ze weer een compleet nieuwe cel en liggen de chromosomen weer in paren. Reeds van de bevruchting af is de erfelijke informatie voor het nieuwe leven bepaald.

Om ieder gen te beschrijven gebruiken we letters. Ook de genen die verantwoordelijk zijn voor de kleuren. Deze letter symbolen komen ook altijd in twéévoud voor (één van de vader en één van de moeder) Alle letters bij elkaar die nodig zijn om de erfelijke informatie van de kleur te beschrijven noemt men de kleur_formule.

Zoals gezegd zijn dus voor iedere eigenschap twéé genen verantwoordelijk.   Meestal is één van deze genen overheersend over het andere gen. Dit houdt in dat we aan de buitenkant slechts één gen zien, terwijl het andere gen ook aanwezig is. Het overheersende gen noemt men dominant, het andere noemen we recessief. Zo kan het dus gebeuren dat we hoewel we slechts één van de twéé zien er bij de splitsing van de erfelijke informatie voor een nieuwe zaadcel of eicel het recessieve gen wordt door gegeven en er in het jong afhankelijk van wat voor gen het van de andere ouder krijgt deze eigenschap ineens wel zichtbaar wordt. De dominante kleur_factor wordt als regel met een hoofdletter aangeduid, de recessieve met  de overeenkomstige kleine letter. Als we te maken hebben met twéé dominante genen, heet dat homozygoot of fokzuiver. Hebben we voor in een cel voor een bepaalde eigenschap zowel een dominant als een recessief gen, dan heet dat heterozygoot of fokonzuiver.

De verdunningsfactor.

 

De verdunningsfactor in genetische formules noemen we D veranderd of vermindert de pigmentwerkzaamheid in huid en haar, waardoor de basiskleur lichter wordt. Deze factor is onvolledig dominant. Daardoor komt het dat wanneer het jong deze factor slechts van een van de ouders krijgt dit een ander effect heeft op de basiskleur dan wanneer het deze van beide ouders meekrijgt. ( Dd is enkel en DD is dubbel) Zwart wordt blauw tot witgrijs, Rood wordt oranje tot zandgeel. De dubbele factor komt zelden voor, deze dieren sterven meestal al voor de geboorte. De verdunning gen D kan zich ook beperken tot de lange wintervacht. Er is ook nog een schimmel gen die zich kenmerkt zich niet onmiddellijk te tonen, maar na de jaren toe. Naargelang het enkel of dubbel is geërfd.

Zwarte witstaart man in wintervacht.

Albino en bont.

 

Albino en bont zijn beiden dominant verervend. Uit twéé albino’s alleen albino jongen. Uit twéé bonte komen bonte en albino’s. Het aantal albino’s uit deze formule hangt af als de bonte enkel of dubbel bont vererft. Albino’s hebben dezelfde problemen als de dubbel dunkleurige. Albino’s kunnen in de vererving iedere kleur vererven maar hebben zelf niet het gen om deze te tonen. Het is daarom goed te weten uit welke kleur ze zijn gefokt. ( het kan een zwarte zijn die  het gen voor het pigment aanmaak mist, of rood, driekleur, bruin, grijs enz) Een albino paart men best aan een zwarte naargelang zijn erfelijke bagage mag je alvast effen en bonte jongen verwachten.  Zwart x zwartbont vindt ik de beste formule. Bont kan je in alle kleuren verwachten, maar zwartbont is bijzonder mooi. Er zullen door de inteelt ook andere bontvormen ontstaan. Er zijn ook sciurus soorten die een verschillende kleur hebben in de zomer en winter. (sciurus exaldibus) Meestal zijn ze donkerder in de winter, terwijl de exaldibus licht grijs wordt in de winter. Iets wat we nog bij andere diersoorten van de sneeuwgebieden tegenkomen. (konijnen,vossen,hoenders en uilen) Wonderen van moeder natuur.

 

Zwart, driekleur en rood.

 

Deze basiskleuren kunnen veranderen door zogenaamde verdunningsfactoren en wijzigingsfactoren. Alle andere kleuren en patronen zijn dus uit deze drie basiskleuren ontstaan.

Een zwarte eekhoorn heeft het dominante gen B zeker één maal plus het gen E (van Expressie, naar buiten laten komen) Driekleurs hebben A en B gen plus E. De rode heeft dubbel ee. waardoor bepaalde kleuren die hij vererft niet tot uiting kunnen komen.

Het gen A werkt in op de zwarte kleur waardoor bruin of driekleur ontstaat. Rood is de tegenpool van zwart. Uit een rode x een driekleur kan een mooi zwart jong komen. Hoe komt dat, de rode kan het B gen bezitten die hij niet kan tonen door de dubbele ee genen. Als het jong de B van de fokonzuivere rode krijgt plus de B en E van de driekleur is het een mooie zwarte.

 

 

 

 

Zwarte  witstaart man in zomervacht.

 

Besluit.

Met al deze mogelijkheden en wat fokkerstalent mogen we in de toekomst nog nieuwe kleurcombinaties verwacht. Nu de import van eekhoorns is stopgezet kan dit voor inteelt problemen zorgen.

 

Tips voor de fokker.

 

Een greep uit redens waarom het velen niet lukt. Eekhoorns zijn zéér stress gevoelig, import heeft daar meer last van dan nafok. Import dieren zijn ook vaker drager van ziekten. Koop dan ook nafok, maak ze onverwant.

Huisvesting.

Ze hebben een huisvesting nodig met voldoende schaduw. Van vier tot acht m³ groot. Regenvrij als het kan.

Fokken.

Het fokseizoen is van februari tot september, laat ze in deze maanden zoveel mogelijk met rust. Kijk in deze tijd ook niet in de nesten. Hou ze wel in de gaten, een drachtig  of een gezogen vrouwtje is te herkennen. Zorg ook voor drie nestkasten per koppel. Na zo’n 47 dagen komen de jongen uit het nest, na veertien dagen uitlopen moeten de jongen naar een andere volière om te spenen. Een week later kan er al een nieuw nest zijn.

Onderhoud.

In de overige maanden moet je ze ook goed verzorgen, ontwormen, nesten en volière reinigen. Ongedierte zoals muizen en luizen of vlooien bestrijden. Tabak stelen als nest matreaal  tegen ongedierte.

Voeding.

Een uitgebreide voeding. Ik gebruik een mengeling van tropische papegaai mengeling met grote noten en gedroogd fruit. Ik doe er ook nog een knaagdier mengeling, eikels, walnoten en een 10% katte korrels op basis van vlees bij. Ik geef ook nog een mengeling van muesli, bambix, nutrilon soya 2, havermout, rijstmeel en een multi vitamine in poedervorm. Een hertgewei en een sepia schelp zorgen voor het nodige calcium. Voeder goed zonder uw dieren vet te mesten, liefst dagelijks op een plaats waar muizen niet bij kunnen.

Sterfte.

Veel vrouwtjes sterven aan calciumgebrek tijdens het zogen. Te grote hitte (te veel zon op de volière) kan sterfte veroorzaken.  Stress bij het reinigen of het vangen, vooral bij warme dagen. Vitamine gebrek bij onjuiste voeding. Kijken in de nesten, kan de dood van de jongen zijn. Veel import dieren sterven door stress of ziekte waarvan wormbesmetting en longziektes het meest voorkomen.

Stamboom.

 

Toen ik in 1999 ben begonnen met de fok van Sciurus lis, heb ik alle gegevens bijgehouden. Afkomst en waar ze naartoe gaan, om later inteelt te vermijden. Jammer genoeg moet ik nu vaststellen, dat er maar weinigen zich fokker kunnen noemen. Dit verontrust me een beetje voor de toekomst. Er zijn daardoor al heel wat bloedlijnen verloren gegaan. Ik ben dan ook op zoek naar ernstige fokkers om mee samen te werken. We zouden zo bloedlijnen en info kunnen uitwisselen. Of gezamenlijk een stamboom kunnen opzetten. Wie komt in aanmerking, al wie jaarlijks jonge lissen weet te fokken.

Mailen naar

                         Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.