Mcclellandii

Uiterlijke kenmerken

 

Kop-romp lengte: 110-125 mm; staart: 100-140 mm; achtervoet: 28-32 mm. GEWICHT. 40-85 gr. KLEURAFTEKENING. Dorsale grondkleur: grijs-creme-bruin. Karakteristiek is het strepenpatroon: 5 donkere strepen (de middelste, dorsale streep; twee buitenste, laterale strepen; twee binnenste donkere strepen). De kleur van de donkere strepen varieert van bruin (T.m.inconstans), tot meer of minder duidelijk zwart, afhankelijk van de subspecies. De donkere strepen zijn in tegenstelling tot Eutamias sibiricus niet allen even breed: de dorsale streep is ca. 5 mm, de binnenste iets breder (ca.6 mm) en de laterale strepen zijn slechts 2 mm breed en veel korter (lengte ca. 25 mm.) dan de andere donkere strepen die over de hele romp lopen. Tussen de donkere strepen liggen 4 lichte strepen: een binnenste en een buitenste paar lichte strepen. Het buitenste paar lichte strepen zijn bij T.m. veel lichter en duidelijker dan de binnenste en karakteristiek is dat de buitenste op het schoudergebied zich sterk verbreden en in verbinding staan met de lichte streep op de kop (lopend vanaf de neus onder de ogen en oren naar achteren). Bij T.rodolphii zijn de buitenste en binnenste paar lichte strepen even breed en de binnenste zijn bijna even licht als de buitenste terwijl de dorsale donkere streep doorgaans door een dun lichtbruin streepje wordt verdeeld over zijn lengte. Bij T.m. varieert de kleur van de buitenste lichte strepen van licht creme-geel tot oranje-bruin, afhankelijk van de subspecies. Ventrale grondkleur: grijs-creme-geel-oranje met een creme-gele-oranje oranjerode rand afhankelijk van het subspecies en het seizoen. Karakteristiek voor het geslacht Tamiops is de aanwezigheid van witte pluimpjes op de oren. De staart is vergelijkbaar met die van Eutamias sibiricus: de staartharen zijn aan de basis bruin met vervolgens een zwarte band en wit aan het uiteinde. Het uiterste puntje van de staart is zwart.

Vergelijkbare soorten

 

VERGELIJKBARE GESTREEPTE EEKHOORNS IN NEDERLAND Eutamias sibiricus: de Boeroendoek Strepenpatroon: 5 donkere strepen met hiertussen 4 lichtere. De donkere zijn bij de Boeroendoek even breed als de lichtere. Funnambulus pennanti: Aziatische palmeekhoorn Verschillen in strepenpatroon: -de middorsale streep en het 2 paar laterale strepen met dezelfde kleur: -de witte bij Funambulus (5 lichte dorsale strepen) -de zwarte bij Tamiops macclellandii ( 5 donkere en 4 lichte dorsale strepen) -de vachtkleur tussen deze strepen: redelijk uniform van kleur bij Funambulus, terwijl Bij Tamiops m. de binnenste en buitenste paar lichte strepen in kleur verschillen. -de dominantste strepen: bij Funambulus de vijf (inclusief de middelste), bij Tamiops het buitenste paar van de vier strepen tussen de vijf en secundair de middelste van de vijf.

video mccellandii's in een loopwiel:

{youtube}jJ8JePJr2bg{/youtube}

 

Voortplanting

 

VOORTPLANTINGSGEDRAG De Tamiops heeft geen voortplantingsseizoen maar is het hele jaar vruchtbaar afhankelijk van temperatuur en daglichtlengte. Als minimum temperatuur zou ik 15 oC aanhouden. Binnen gehouden dieren krijgen ca. 14 uur extra kunstlicht per dag(TL verlichting). Het paringsbereide moment geeft het vrouwtje aan met een luide, lange fluitende lokroep vaak van 's morgens vroeg tot 's avonds laat. Het vrouwtje heeft op dat moment een opgezwollen en roze vulva. Onder optimale omstandigheden is het vrouwtje om de ca. 14 dagen 1 dag paringsbereid. Voorafgaand aan de paring achtervolgt het mannetje zeer dominant, in hoog tempo het vrouwtje tot het moment dat het vrouwtje blijft zitten of hangen. Daarna volgt een copulatie waarbij het mannetje zich enkele seconden om het vrouwtje vastklemt en dus aan het vrouwtje hangt. Dit vrij wilde paringsgedrag gaat vaak enkele uren door, waarbij dan afwisselend het vrouwtje en vooral het mannnetje de fluitende lokroep laat horen. Een drachtig of anderszins niet paringsbereid vrouwtje maakt dit bij aandringen van een mannetje kenbaar met een wat knorrend geluidje en soms afschrikking door bijtneigingen. Een drachtig vrouwtje gaat zich steeds dominanter gedragen, zowel tegenover de vrouwelijke als de mannelijke hokgenoten en accepteert geen verstoring van haar nestkastje. Ook na de geboorte is het vrouwtje bijzonder fel op andere Tamiops. Meestal heeft het geen dodelijke afloop maar het veroorzaakt wel stress onder de dieren. Een Tamiops met jongen zal zeker de eerste dagen het nestkastje maar af en toe en voor korte tijd verlaten. Het moment van de partus kan men dus door observatie van het moederdier bepalen. Pasgeboren Tamiops maken geen geluid zoals de jongen van Eutamias sibiricus. Zijn ze wat ouder dan maken ze zachte piepende geluidjes in antwoord op hun moeder of een fluitende felle roep bij gevaar waarop het moederdier zeer alert reageert. Volwassen mannetjes die voor de fok worden gebruikt moeten apart gehouden worden omdat ze onderling erg agressief zijn, wat op zijn minst ernstige verminking tot gevolg heeft. Jonge mannetjes die niet samen met vrouwtjes gehuisvest zijn kunnen in een groep worden gehouden. Mijn ervaring is dat er geen continue stress ontstaat na het instellen van een hiërarchie. Voordat de rustsituatie is bereikt kan er onderlinge verminking optreden. Zodra de groepssamenstelling wordt gewijzigd leidt dit tot stress. Een groep van meerdere volwassen mannetjes en meerdere vrouwtjes moet worden ontraden omdat de onrust onder de mannetjes nadelig is voor de rust onder de vrouwtjes. Binnen een groep van meerdere vrouwtjes en een volwassen mannetje is minder agressie van de vrouwtjes onderling dan binnen een groep van alleen vrouwtjes.

hieronder een video van een dekking:

 

 

Voeding

 

De voeding van Tamiops mcc. is volledig vergelijkbaar met die van E.sbiricus, waarbij de Tamiops iets meer een fruiteter is. Essentieel is de aanwezigheid van plantaardige en dierlijke eiwitten. Van nature worden zaden, vruchten en insecten gegeten. Ze komen veel in fruitbomen voor maar ook schade aan graan is bekend. Het hoofdmenu bestaat uit een zadenmengsel (bv. 2 delen papegaaienvoer + 1 deel grof kippenzaad + 1 deel gemengd konijnenvoer + wat katten- of hondenbrokjes (400gram/4kg voer). Daarnaast dagelijks enkele meelwormen (1-3) en wat fruit. De meelwormen laat ik door een multivitaminen preparaat kruipen (Gistmix/Gistocal).