Tamiops Mcclellandii Bert Diender

Tamiops Mcclellandii door Bert Diender

TAMIOPS MCCLELLANDII ALS HUISDIER

Door: Bert Diender

Mijn dank gaat vooral uit naar Andreas Fritzen die mij op de juiste systematiek heeft gewezen en mij literatuur beschikbaar heeft gesteld die bij het tot stand komen van   dit artikel zeer waardevol is geweest.

INLEIDING

Tamiops mcclellandii is een gestreept Aziatisch dwergboomeekhoorntje waarmee ik sinds 1989 met succes kweek. Helaas is het een soort waarvan de omvang van de populatie in Nederland door fouten in huisvesting en fokbeleid drastisch is verkleind (tot ca. 30 dieren in 1996). Het is een eekhoorn die behoort tot de moeilijk te houden en te kweken soorten, en blijkbaar niet voor een ieder geschikt is! De aanschaf is er ‚‚n voor het leven van het dier en dus voor minimaal 10 jaar. Wanneer men als hoofddoel heeft zo snel en zoveel mogelijk jongen te fokken dan kan men beter een ander dier aanschaffen! De Tamiops is alleen als huisdier te houden wanneer men voldoende ruimte, geduld en vrije tijd heeft. De bedoeling van deze uiteenzetting is aan de ene kant voor velen de aanschaf af te raden en aan de andere kant voor de dan nog enthousiaste liefhebber aanwijzingen en vooral waarschuwingen te geven bij het houden van en kweken met Tamiops.  Jaren hebben we aangenomen dat de Tamiops-soort in Nederland  Tamiops rodolphii (Cambodian striped tree squirrel) zou zijn. Net als in het boekwerkje "Eutamias sibiricus als huisdier" (referaat A.J. Diender 1988) zijn de gegevens tot stand gekomen door jarenlange eigen waarnemingen en literatuur gegevens. Hopelijk zal dit alles bijdragen tot in de eerste plaats een beter welzijn en op de tweede plaats een uitbreiding van de populatie van Tamiops mcclellandii.  

Synoniemen

Tamiops mcclellandii

Thaise dwergstreepeekhoorn

Aziatische gestreepte dwergboomeekhoorn

Burmesische -/Siamesische  Baumstreifenhörnchen

Burmese-/Himalayan striped treesquirrel

SIGNALEMENT

GROOTTE.

Kop-romp lengte: 110-125 mm; staart: 100-140 mm; achtervoet: 28-32 mm.

GEWICHT.

40-85 gr.

KLEURAFTEKENING.

Dorsale grondkleur: grijs-creme-bruin.

Karakteristiek is het strepenpatroon: 5 donkere strepen (de middelste, dorsale streep; twee buitenste, laterale strepen; twee binnenste donkere strepen). De kleur van de donkere strepen varieert van bruin (T.m.inconstans), tot meer of minder duidelijk zwart, afhankelijk van de subspecies. De donkere strepen zijn in tegenstelling tot Eutamias sibiricus niet allen even breed: de dorsale streep is ca. 5 mm, de binnenste iets breder (ca.6 mm) en de laterale strepen zijn slechts 2 mm breed en veel korter (lengte ca. 25 mm.) dan de andere donkere strepen die over de hele romp lopen.

Tussen de donkere strepen liggen 4 lichte strepen: een binnenste en een buitenste  paar lichte strepen. Het buitenste paar lichte strepen zijn bij T.m. veel lichter en duidelijker dan de binnenste en karakteristiek is dat de buitenste op het schoudergebied zich sterk verbreden en in verbinding staan met de lichte streep op de kop   (lopend vanaf de neus onder de ogen en oren naar achteren).  Bij T.rodolphii zijn de buitenste en binnenste paar lichte strepen even breed en de binnenste zijn bijna even licht als de buitenste terwijl de dorsale donkere streep   doorgaans door een dun lichtbruin streepje wordt verdeeld over zijn lengte. Bij T.m. varieert de kleur van de buitenste lichte strepen van licht creme-geel tot oranje-bruin, afhankelijk van de subspecies.  Ventrale grondkleur:  grijs-creme-geel-oranje met een creme-gele-oranje  oranjerode rand afhankelijk van het subspecies en het seizoen.  Karakteristiek voor het geslacht Tamiops is de aanwezigheid van witte pluimpjes op de oren. De staart is vergelijkbaar met die van Eutamias sibiricus: de staartharen  zijn aan de basis bruin met vervolgens een zwarte band en wit aan het uiteinde. Het uiterste puntje van de staart is zwart.

video van tamiops mccellandii in een loopwiel:

" width="400" height="300" allowfullscreen="true" frameborder="0" scrolling="no" title="JoomlaWorks AllVideos Player">

 

 De Boeroendoek (Eutamias sibiricus) heeft duidelijk een ander streeppatroon dan de Tamiops (Tamiops mcclellandii) Foto's: Bert Diender

LEVENSDUUR.

Deze is niet exact bekend maar ik denk dat deze vergelijkbaar is met E. sibiricus: max. ca. 10 jaar.

GESLACHTSBEPALING

Uiterlijke verschillen bestaan er afgezien van de genitaalstreek meestal niet. Het mannetje is makkelijk te herkennen aan het donker gekleurd scrotum en de grotere afstand tussen de anale en de genitale opening dan bij het vrouwtje (resp. 5 en  enkele mm's.). Bij het vrouwtje zijn 3 paar tepeltjes zichtbaar (vooral duidelijk tijdens dracht of het zogen).

SOORTBESCHRIJVING

SYSTEMATIEK

Het geslacht Tamiops bestaat (volgens J. Moore en  G. Tate,l965) uit 4 soorten: T. mcclellanii, T. rodolphii, T. swinhoei en T. maritimus. De soorten onderscheiden  zich van elkaar in grootte, kleur, aftekening en voorkomen.       De soort Tamiops mcclellandii bestaat uit 6 ondersoorten:

T. mcclellandii mcclellandii       (T.m.m)

T. mcclellandii inconstans          (T.m.i)

T. mcclellandii collinus              (T.m.c)

T. mcclellandii kongensis           (T.m.k)

T. mcclellandii barbei                 (T.m.b)

T. mcclellandii leucotis               (T.m.l)

De ondersoorten zijn meer of minder van elkaar te onderscheiden in kleur, aftekening en voorkomen. Opgemerkt moet worden dat een duidelijk onderscheid, zoals dat voor het laatst in 1965 is beschreven, maar betrekkelijk is. Er zijn overlappingen in de verspreidingsgebieden waarbij een duidelijk onderscheid niet mogelijk is.

 

T.m.m

.          T.m.c.

T.m.k.

T.m.i.

T.m.b

T.m.l.

Voorkomen

       India          

  N.Burma

W .China

C.Burma           N.Thailand

W.Thailand

W.China      N.Vietnam

Z.Burma

Z.Thailand

Maleisie

Hoogte

ook>1500m

ook>1500m

   

ook>600m

ook>900m

Dorsale grondkleur

grijs

grijs-geel

lichtgrijs

grijs

grijs-rood

grijs-geel

Ventrale grondkleur

grijs- creme

geel-oranje

donker- geel-oranje

geel-oranje

oranje

geel

Dorsale  donkere  streep

zwart

duidelijk zwart

zwart

onduidelijk middorsale

streep bruin

duidelijk  zwart

zwart

Buitenste lichte streep

geel

geel

lichtgeel

geel

oranje-bruin

Geel

T.m.m. onderscheidt zich duidelijk van de andere ondersoorten. Binnen de ondersoorten zijn er twee uitersten en wel T.m.m. als het ene en T.m.b. als het andere uiterste. T.m.i., T.m.b en T.m.k. zijn duidelijk geografische ondersoorten met gelijke fysiografische gebieden. T.m.c. onderscheidt zich minder duidelijk en ook het aanzienlijke geografische gebied lijkt niet bepaald een fysiografisch gebied oftewel binnen de ondersoort T.m.c. is er variatie in natuurlijke omgeving. Deze ondersoort wordt gezien als een overgangsvorm tussen T.m.m. en T.m.k.

ACHTERGRONDEN VAN DE POPULATIE IN NEDERLAND

De populatie in Nederland is waarschijnlijk ontstaan uit de ondersoorten T.m.collinus, T.m.kongensis , T.m.barbei en sinds 1994 is er een T.m.inconstans mannetje als       fokdier gebruikt. De dorsale grondkleur is grijs-geel; de ventrale grondkleur varieert van licht-geel tot donker geel-oranje; de dorsale donkere strepen zijn zwart-bruinzwart-bruin; de       buitenste lichte streep is opvallend en geel-oranjegeel.  De populatie (n=25 ) heeft een gem. kop-romplengte van:117 mm (var.115-120 mm) en een gem. staartlengte van 140 mm. Het volwassen gewicht is gem. 55 gr. (46- 76 gram)

Er is variatie in de ventrale kleur: van geel naar licht oranje; verder in de dorsale donkere strepen over het algemeen duidelijk en zwart, enkele dieren uit de populatie vertonen wat meer bruin. De buitenste lichte streep varieert van meer geel tot geel-creme tot geel-oranje.

VOORKOMEN

Tamiops mcclellandii is een Aziatisch gestreept dwerg-boomeekhoorntje. De plaats van voorkomen is hierboven weergegeven. Het verspreidingsgebied loopt van India (Sikkim, Assam) naar N.Burma, W China (Yunnan) en N.Vietnam en zuidwaarts door W .Thailand en Maleisië‰. Ze komen dan wel in een subtropisch-tropisch gebied voor,  maar veelal in berggebieden (tot boven de 1500 m). Op deze hoogte komen temperaturen onder nul voor.

Bedenk wel dat er binnen een klimaat microklimaten bestaan. Dus buiten kan de temperatuur dan wel enkele graden onder nul zijn, in de slaapplaatsen zal in het nestmateriaal en door onderling opwarmen de temperatuur boven nul moeten blijven.ln de literatuur zijn geen temperatuurmetingen weergegeven op vangplaatsen. Bij het bestuderen van temperatuurmetingen in de omgeving kom ik tot het volgende overzicht:

Voorkomen Tamiops m

Vergelijk

Absolute maxima

Absolute minima

Rel.vocht.

India (Sikkim, 1200m)      

Katmandu (Nepal, 1335m)

38oC        

-3 oC   

70- 80 %

Birma                

Bhamo (115m)             

41 oC       

 3oC

70-85 %

West China (Hooglanden van Yunnan,1500m)                 

Chungking (350m)       

Lhasa (3660 m)         

44oC

31.5 oC      

-2.5oC   

-16 oC   

80 %

Thailand

Chiang Mai (310m)       Chiangrei  (380m)                     

41.5 oC       

6oC

2 oC

60-93 %

Maleisie

Cameron Hlghlands  (1470m)

26.5oC        

2oC

60-98 %

VERGELIJKBARE GESTREEPTE EEKHOORNS IN NEDERLAND

Eutamias sibiricus: de Boeroendoek  Strepenpatroon: 5 donkere strepen met hiertussen 4 lichtere. De donkere zijn bij de  Boeroendoek even breed als de lichtere.

Funnambulus pennanti: Aziatische palmeekhoorn Verschillen in strepenpatroon:

-de middorsale streep en het 2 paar laterale strepen met dezelfde kleur:

-de witte bij Funambulus (5 lichte dorsale strepen)

-de zwarte bij Tamiops macclellandii ( 5 donkere en 4 lichte dorsale strepen)

-de vachtkleur tussen deze strepen: redelijk uniform van kleur bij Funambulus, terwijl

Bij Tamiops m. de binnenste en buitenste paar lichte strepen in kleur verschillen.

-de dominantste strepen: bij Funambulus de vijf (inclusief de middelste), bij Tamiops het buitenste paar van de vier strepen tussen de vijf en secundair de middelste van de vijf.

BETEKENIS VAN DE TAMIOPS IN NEDERLAND

Door zijn kleine omvang, bijzonder fraai uiterlijk en een veel socialer gedrag dan Eutamias sibiricus is de vraag naar Tamiops veel groter dan het aanbod.

Ca. 15 jaar geleden was de Tamiops populatie in Nederland dankzij herhaalde importen redelijk groot. Door foutief houden en fokken is de populatie in 1989 afgenomen tot nog maar enkele onverwante dieren. Sinds 1989 heb ik onverwante dieren aangeschaft en heb ik vijf meer of minder onverwante lijnen kunnen vormen.  Op dit moment bestaat de populatie uit voornamelijk jonge dieren die naar mijn idee een gezonde grotere populatie moeten kunnen vormen.

ECONOMISCHE WAARDE

De economische waarde van de Tamiops is in die zin niet groot dat commercieel fokken netto niet veel zal opleveren. De aanschafprijs van een Tamiops is relatief hoog (1996: FI.100,- tot FI. 200,- per stuk).  Het kweken gaat niet snel: 1 vrouwtje krijgt maximaal 3 nestjes per jaar met 1-2 jongen (max. 4). Succesvolle kweek is alleen mogelijk wanneer ieder drachtig vrouwtje apart wordt gezet.

EMOTIONELE WAARDE

De Tamiops heeft dus vooral een emotionele waarde. Het is geen dier om te hanteren men kan het alleen observeren, hetgeen bij de juiste manier van huisvesten een plezierige hobby is.

VETERINAIRE WAARDE

In vergelijking met Eutamias sibiricus is een Tamiops veel kwetsbaarder. Het aantal dieren is op dit moment nog gering. De populatie van Eutamias sibiricus is dusdanig groot dat iedere dierenarts geconsulteerd zal worden. Mijn verwachting is dat de Tamiops mcclellandii populatie zich nu alleen maar zal uitbreiden, zodat een dierenarts ook met deze dwergeekhoorn te maken zal krijgen. De veterinaire behandeling van T mcclellandii is identiek aan die van E. sibiricus.

ETOLOGISCHE ASPEKTEN

SOCIAAL GEDRAG

De Tamiops is een dagdier en een boomeekhoorn. Het gedrag is veel socialer dan van E.sibiricus.In hun natuurlijke biotoop komen ze paarsgewijs en in kleine groepen voor, vooral

in fruitbomen. Groepsgewijs huisvesten is goed mogelijk, hoewel continu groepsgewijs huisvesten ontraden moet worden. Voor een succesvolle kweek is de hiërarchie voor de paring dusdanig dat het mannetje dominant is. Een drachtig vrouwtje wordt steeds dominanter en zal haar eigen nestkastje steeds meer gaan verdedigen hetgeen onrust betekent. De

conflicten zijn voor de ouderdieren meestal alleen verminkend, voor de jongen veelal dodelijk.

Onderlinge communicatie vindt plaats door geluid voornamelijk bestaande uit vrijwel continu zacht piepende geluidjes, een cyclisch harde fluitende lokroep i.v.m. paring, een wat knorrend zacht geluid van een al dan niet drachtig vrouwtje om een opdringerig mannetje af te wijzen en een fel schetterende angstkreet. Naast geluid speelt lichaamshouding een rol en wel de stand van de oortjes (meer of minder ver naar achteren tegen de kop aandrukken bij angst) en de staarthouding (bij dominant gedrag wordt de staart gestrekt en schuin naar boven gehouden). Verder vindt communicatie plaats door middel van geur, waarschijnlijk voornamelijk via de urine. De urine van het mannetje heeft een penetrante geur en wordt op alle

plaatsen in en eventueel buiten de kooi afgezet (door het gaas plassen).

NESTBOUWGEDRAG

De Tamiops is een boomeekhoorntje die de beschikking moet hebben over minimaal 1 nestkastje per dier boven in de kooi. Als nestmateriaal voldoen hooi, bladeren, watten en stukjes zacht papier. Meestal wordt 1 nestkastje door meerdere dieren beslapen. Er wordt geen voedselvoorraad aangelegd. De dieren houden geen winterslaap.

Aangeraden moet worden om de dieren 's winters in een verwarmde omgeving te houden (0-10 oC voor niet kwekende dieren, min.l5 oC voor kwekende dieren). De minimum buitentemperatuur die ze onder bepaalde voorwaarden kunnen verdragen is niet bekend maar is in ieder geval -16 oC (In de winter van 1995 heb ik 3 jonge mannetjes in een open frontkooi buiten gehouden bij een minimale temp. van –12 "C, in de winter van 1996 bij -16 oC; ze sliepen bij elkaar in een nestkastje met voldoende nestmateriaal).

De voorwaarden om de Tamiops buiten te laten overwinteren zijn: een droog en schoon nestkastje, genoemd nestmateriaal, tochtvrij hok, voorlopig een minimum temp. van -12 lot  -16  C, geen drachtige dieren. Aangezien de temperatuur in Nederland lager kan zijn dan -16 oC moet het 's winters buiten huisvesten afgeraden worden.

VOORTPLANTINGSGEDRAG

De  Tamiops heeft geen voortplantingsseizoen maar is het hele jaar vruchtbaar afhankelijk van temperatuur en daglichtlengte. Als minimum temperatuur zou ik 15 oC aanhouden. Binnen gehouden dieren krijgen ca. 14 uur extra kunstlicht per dag(TL verlichting).

Het paringsbereide moment geeft het vrouwtje aan met een luide, lange fluitende lokroep vaak van 's morgens vroeg tot 's avonds laat. Het vrouwtje heeft op dat moment een opgezwollen en roze vulva. Onder optimale omstandigheden is het vrouwtje om de ca. 14 dagen 1 dag paringsbereid. Voorafgaand aan de paring achtervolgt het mannetje zeer dominant, in hoog tempo het vrouwtje tot het moment dat het vrouwtje blijft zitten of hangen. Daarna volgt een copulatie waarbij het mannetje zich enkele seconden om het vrouwtje vastklemt en dus aan het vrouwtje hangt. Dit vrij wilde paringsgedrag gaat vaak enkele uren door, waarbij dan afwisselend het vrouwtje en vooral het mannnetje de fluitende lokroep laat horen.

Hieronder een video van een dekking:

https://youtu.be/8FStMCSUlE0

 

 

 

 

 

 

Een drachtig of anderszins niet paringsbereid vrouwtje maakt dit bij aandringen van een mannetje kenbaar met een wat knorrend geluidje en soms afschrikking door bijtneigingen.

Een drachtig vrouwtje gaat zich steeds dominanter gedragen, zowel tegenover de vrouwelijke als de mannelijke hokgenoten en accepteert geen verstoring van haar nestkastje. Ook na de geboorte is het vrouwtje bijzonder fel op andere Tamiops. Meestal heeft het geen dodelijke afloop maar het veroorzaakt wel stress onder de dieren.

Een Tamiops met jongen zal zeker de eerste dagen het nestkastje maar af en toe en voor korte tijd verlaten. Het moment van de partus kan men dus door observatie van het moederdier bepalen. Pasgeboren Tamiops maken geen geluid zoals de jongen van Eutamias sibiricus. Zijn ze wat ouder dan maken ze zachte piepende geluidjes in antwoord op hun moeder of een fluitende felle roep bij gevaar waarop het moederdier zeer alert reageert. Volwassen mannetjes die voor de fok worden gebruikt moeten apart gehouden worden omdat ze onderling erg agressief zijn, wat op zijn minst ernstige verminking tot gevolg heeft. Jonge mannetjes die niet samen met vrouwtjes gehuisvest zijn kunnen in een groep worden gehouden. Mijn ervaring is dat er geen continue stress ontstaat na het instellen van een hiërarchie. Voordat de rustsituatie is bereikt kan er onderlinge verminking optreden. Zodra de groepssamenstelling wordt gewijzigd leidt dit tot stress. Een groep van meerdere volwassen mannetjes en meerdere vrouwtjes moet worden ontraden omdat de onrust onder de mannetjes nadelig is voor de rust onder de vrouwtjes. Binnen een groep van meerdere vrouwtjes en een volwassen mannetje is minder agressie van de vrouwtjes onderling dan binnen een groep van alleen vrouwtjes.

ABNORMAALGEDRAG

Ook bij de Tamiops komt net als bij Eutamias sibiricus in gevangenschap een bewegingsstereotypie voor waarbij de dieren met grote regelmaat rondjes draaien in verticale zin. Het gedrag ontstaat op jonge leeftijd als frustratie door gebrek aan bewegingsruimte. Heeft het gedrag zich eenmaal ontwikkeld dan blijft het persisteren. Op oudere leeftijd blijven ze het gedrag veelal vertonen ook al hebben ze dan wel voldoende ruimte.

Net als bij Eutamias sibiricus moet het optreden van stereotypisch gedrag gezien worden als een graadmeter voor het dierlijk welzijn.  Het is een indicatie voor ruimtegebrek, is het niet op dit moment dan wel op jonge leeftijd. Mijn ervaring is dat minimaal 1,5 m3/dier nodig is om het gedrag niet te laten ontstaan.

GEDRAG T O.V. DE VERZORGER

Van nature zijn Tamiops zeer schuwe en stressgevoelige dieren. In de periode dat er diertjes werden geïmporteerd zijn velen door die stressgevoeligheid omgekomen.

Het dier is absoluut niet geschikt als huisdier voor kinderen: het is geen troeteldier, laat zich niet aaien, ontsnapt makkelijk en is dan, zeker buiten, maar heel moeilijk terug te vangen. Door intensief contact op jonge leeftijd (voeren uit de hand door het gaas van bijvoorbeeld een meelworm) ontstaat een zeer alert en brutaal eekhoorntje dat zich weliswaar absoluut niet laat vasthouden maar zich wel uit de hand laat voeren. De aandacht is juist op jonge leeftijd zeer belangrijk, blijft die achterwege dan zal het dier altijd veel schuwer blijven.

ZOOTECHNISCHE ASPEKTEN

HUISVESTING

De Tamiops is een boomeekhoorn en heeft dus vooral behoefte aan een hoge kooi met veel klimgelegenheid, waarvoor zich takken van allerlei dikte uitstekend lenen. Het zijn dieren met behoefte aan privacy (stressgevoelig): boomschaaldelen als plank bevestigt op 5-10 cm parallel aan de achterwand geven de dieren de mogelijkheid tot wegkruipen. Minimaal 1 nestkast ( afm. bv. b x d x h = 15 x 10 x 25 cm) per dier boven in de kooi hangen. Een kooi heeft geen maximum grootte, minimaal 1,5 m3 per dier.

Buiten huisvesten is goed mogelijk en naar mijn oordeel in ieder geval een deel van het jaar noodzakelijk. Zelfs een open frontkooi is geen probleem wanneer men tocht en regen kan uitsluiten.  Hoge temperaturen vormen geen probleem bij goede ventilatie(bij open front heb ik zelfs 40 oC waargenomen), lage zeker voor de kweek uiteraard wel (in de open frontkooi konden ze prima vorst weerstaan, 3 dieren samen gehuisvest, overleefden een temp. van -12  C in de winter 1994/95 en -16 'C ! in de winter 1996/97). Het advies is 's zomers buiten huisvesten, 's winters binnen huisvesten en bij verwarmen tot 15 "C en extra licht. Een Tamiops knaagt niet veel maar toch is het beter de kooi van ondoorknaagbaar materiaal te maken. Volièregaas voldoet goed (maaswijdte: 10 mm - 19 mm, pas bij 19 mm op voor de jongen). Bij voldoende ruimte zal de bodem nauwelijks gebruikt worden. In tegenstelling tot

E.sibiricus graaft de  Tamiops niet. In een buitenkooi doet beplanting het goed (coniferen, varens, vlier, klimop, dennenboom, lavendel) zonder dat dit tot vergiftiging leidt. Als bodembedekking voldoen hooi en gedroogde bladeren goed. Aanvullend nestmateriaal als zachte stukjes papier of watten worden goed benut. Een nestkastje met een afmeting van b.v. b x d x h = 15 x 10 x 25 cm moet voldoende ventilatieopeningen hebben i.v.m. condens.

VOEDING

De voeding van  Tamiops mcc. is volledig vergelijkbaar met die van E.sbiricus, waarbij de Tamiops iets meer een fruiteter is. Essentieel is de aanwezigheid van plantaardige en dierlijke eiwitten. Van nature worden zaden, vruchten en insecten gegeten. Ze komen veel in fruitbomen voor maar ook schade aan graan is bekend. Het hoofdmenu bestaat uit een  zadenmengsel (bv. 2 delen papegaaienvoer + 1 deel grof kippenzaad + 1 deel gemengd konijnenvoer + wat katten- of hondenbrokjes (400gram/4kg voer). Daarnaast dagelijks enkele meelwormen (1-3) en wat fruit. De meelwormen laat ik door een multivitaminen preparaat kruipen (Gistmix/Gistocal). Aan het drinkwater voeg ik een vitaminepreparaat toe: Ornivita (5 druppels/0,5I).

VERZORGING

VOEDEN

Door mij worden de dieren 2 x per week van een nieuw zaadmengsel voorzien waarbij ik zoveel voer dat zoveel mogelijk alles wordt opgegeten. Dagelijks geef ik een stukje fruit (b.v.1/2 sinaasappelpartje per dier) en enkele meelwormen. Het water verschoon ik, afhankelijk van de temperatuur dagelijks tot 1 x per week.

SCHOONMAKEN

In tegenstelling tot Eutamias sibiricus is de Tamiops weinig zindelijk, dat wil zeggen dat de urine en faeces door het hele verblijf wordt verspreid. Vooral de urine van een mannetje, afgezet op de takken, nestkastjes, langs de wanden en het gaas heeft een penetrante geur die extra aandacht vraagt. Minimaal 1x per 2-4 weken moet een binnenverblijf grondig worden gereinigd. De takken uit de kooi halen en grondig afboenen en/of afspoelen. Nestkasjes (behalve van zogende dieren) laten weken in een emmer warm water met bleekmiddel, daarna drogen.

In verband met de vlooienbestrijding op de bodem wat vlooienpoeder aanbrengen  (Liberate of Pulvex) of behandelen met een veilige omgevingsspray (Vetkem Ovitrol omgevingspray) en vervolgens wat nestmateriaal in het nestkastje doen. Door deze maatregelen kan men overlast voorkomen en is het goed mogelijk, wanneer de kooi groot genoeg is, de dieren in de huiskamer te houden.

HANTEREN

Een Tamiops laat zich net als Eutamias sibiricus moeilijk vangen. Voor mij bestaan er maar twee verantwoorde manieren om een Tamiops te vangen: 

1 ) Via het nestkastje: zorg dat de nestkasjes voorzien zijn van een schuifje die met een stokje op afstand te sluiten is. Vervolgens de dieren uit het nestkasje in bijvoorbeeld een grote           fles of een zelf gemaakte sluis met schuifje en in ieder geval 1 doorzichtige wand jagen. Vervolgens de dieren uit de fles of de sluis in de nieuwe kooi of het nieuwe nestkastje laten.

2) Via een vangkooi: een ruime muizenval met klep en wel zodanig dat de klep pas dicht gaat op het moment dat de staart volledig binnen is, voldoet goed. In noodgevallen kan men werken met een schepnet (veel stress in de kooi!). Let bij het vasthouden op de staart die is net zo kwetsbaar als bij E.sibiricus (de dunne huid stroopt gemakkelijk af).

VOORTPLANTINGSASPEKTEN

De Tamiops is polycyclisch en kent geen voortplantingsseizoen. Toch is de kweek in  vergelijking met Eutamias sibiricus veel moeilijker. Allereerst is het de kunst een geschikte combinatie te vinden. Een jong koppel geeft meestal weinig problemen maar een volwassen koppel wil nog wel eens teleurstelling geven. Dan is het zoeken naar een nieuwe combinatie. De omgevingsfactoren moeten ideaal zijn: een goed hokklimaat (min.l5 C, voldoende ventilatie, geen tocht of vocht in de slaapplaats, binnen extra licht), een goede hokinrichting (voldoende mogelijkheid om weg te kruipen, voldoende klimgelegenheid, voldoende nestmateriaal), een goede voeding (niet overmatig voeren) en voldoende rust in het verblijf (geen dieren bij elkaar die continu achter elkaar aanjagen). Wanneer aan alle taktoren wordt voldaan dan zal het vrouwtje ca. om de 2 weken een moment paringsbereid zijn (variërend van 1  uur tot meerdere uren). De paringsbereidheid uit zich in lichamelijke veranderingen (opgezwollen vulva, geur urine) en gedragsveranderingen (luide fluitende lokroep, actiever gedragen met schuin omhoog opgeheven staart). Vervolgens ontstaat er onrust bij de mannetjes: buurtmannetjes zullen nerveus door de kooi rennen en het gefluit beantwoorden; de hokgenoot  zal een zeer dominant gedrag gaan vertonen. Het mannetje achtervolgt zeer snel het vrouwtje totdat het vrouwtje op een gegeven moment blijft staan of hangen.  Het mannetje klemt zich vervolgens vast aan het vrouwtje waarna de copulatie volgt.  Dit herhaalt zich vele malen, tussendoor zal ook het mannetje dezelfde fluitende lokroep laten horen.

Het mannetje moet dus goed in conditie zijn wil het in staat zijn te dekken. Dat mag nog eens blijken uit het volgende: in mei 1994 heb ik mijn populatie kunnen verrijken met vreemd bloed, een enigszins onderdrukt mannetje (bruine donkere strepen dus waarschijnlijk T.m.inconstans) afkomstig van een inmiddels ex-houder uit Hengelo, in een verblijf samen met een koppel. Pas 1 jaar later had het mannetje voldoende conditie opgebouwd om een vrouwtje te kunnen achtervolgen.

Wanneer de combinatie geschikt is, d.w.z. de dieren verdragen elkaar en er wordt gepaard dan is het nodig data te noteren en de vrouwtjes goed te observeren. Zeker niet iedere paring is succesvol (oudere mannetjes zijn minder vruchtbaar). Is de paring niet succesvol dan zal het vrouwtje (na ca. 2 weken) opnieuw paringsbereid worden. Een zwanger vrouwtje moet men apart plaatsen in een rustige en warme omgeving (min.l5 oC).

Na ca. 30-32 dagen worden 1-4 jongen geboren die na 5-6 weken voor het eerst uit het nestkastje komen. Hun moeder blijft zeer fel tegenover andere dieren. Pas wanneer de jongen voldoende ontwikkeld zijn (12 weken) kunnen ze van de moeder worden gescheiden. E‚n nestje neemt 4 maanden in beslag zodat per jaar 3-12 jongen geboren kunnen worden, in de praktijk zal het aantal meer in de richting van 3 liggen. Laat het nestkastje met jongen met rust. Verstoring geeft veel stress met de kans dat de jongen met een piepende angstkreet uit het nestkastje vallen.

ZIEKTEKUNDIGE ASPEKTEN

INLEIDING

Tamiops mcclellandii is veel gevoeliger voor ziekten dan Eutamias sibiricus. Tamiops is bijzonder stressgevoelig  (vooral wildvangdieren).  Stress geeft weerstandsvermindering waardoor ziektekiemen, waarvan een gezond dier drager kan zijn, kunnen toeslaan of waardoor het dier vatbaar wordt voor ziektekiemen van een ander dier.

Bij aanschaf van een nieuw dier zal men in eerste instantie stress moeten beperken. Dat betekent veelal: geef de dieren voldoende privacy. Een dier uit een ander milieu kan drager zijn van andere kiemen dan waartegen de eigen dieren een weerstand hebben opgebouwd. Een quarantaine periode van minimaal 2-4 weken is nodig alvorens men nieuwe dieren bij de eigen populatie plaatst. Zorg dus voor een ge‹soleerde ruimte. Bij het voorkomen van sterfte is een rustige en goede observatie van belang. Bij problemen het zieke dier isoleren en behandelen. De medicatie van Tamiops m. is identiek aan die van Eutamias s. Bij het gebruik van antibiotica wil ik enkele kanttekeningen maken. Niet ieder antibioticum is geschikt.

Een geschikt antibioticum (b.v. Enroflaxin=Baytril) werkt alleen tegen bacterie‰n en alleen wanneer de bacterie gevoelig is voor dat antibioticum. Theoretisch is de beste keuze van het antibioticum een keuze aan de hand van het antibiogram (ABG) dat wil zeggen aan de hand van kweek, identificatie en gevoeligheidsbepaling van de bacterie.

In de praktijk laat de gevoeligheidsbepaling ongeveer een week op zich wachten. Mijn advies is: laat bij sterfte altijd sectie verrichten (kadavertje in plastic verpakt zo snel mogelijk koelen in koelkast (niet in vriesvak) en contact opnemen met uw dierenarts).  Aan de hand van de uitslag van de sectie kan men bepalen of het toedienen van antibiotica zinvol is. Start dan in eerste instantie met b.v. Baytril en bepaal aan de hand van de gevoeligheidsbepaling die later komt of de keuze bijgesteld moet worden. Wanneer de bacterie de primaire oorzaak is en gevoelig is voor het antibioticum zal de therapie succes hebben.

De bacterie kan ook een secundaire rol spelen wat uit het volgende voorbeeld mag blijken: enkele jaren geleden vond ik bij gestorven Tamiops (wildvang) die mij voor sectie waren opgestuurd een ernstig longwormbesmetting. De dieren hadden luchtwegproblemen die niet alleen met antibiotica waren op te lossen, immers de primaire oorzaak is de longworm. Alleen aan de hand van de sectie-uitslag is een zinvolle therapie vast te stellen.

LUCHTWEGPROBLEMEN

SYMPTOMEN:

Niezen, neusuitvloei, hoesten, moeilijke (pompende) ademhaling.

OORZAKEN:

1 ) Slecht hokklimaat: te lage temperatuur, te lage relatieve vochtigheid (min. 60-98 %), slechte ventilatie (te hoge concentratie irriterende dampen, b.v. ammoniak), 2) en/of infectie: virussen, bacteriën of longwormen.

THERAPIE;

In eerste instantie antibiotica+bisolvon: b.v. Baytril 200 mg/I door het drinkwater of 10 mg/kg/dag per injectie (Baytril 10 % po:1 ml = 20 druppels in 1/2 I) gecombineerd met een multivitamine/bisolvon-oplossing (1/2 theelepel poeder (bestaande uit 50% Multivitamine AUV en 50% Bisolvon) in 1/2 I water. Dus bij drinkwater behandeling: 20 druppels Baytril 10% en 1/2 theelepel vitamine-bisolvonpoeder in 1/2 I. Bij behandeling via injectie alleen vitamine en bisolvon via het drinkwater. Het zieke dier isoleren in een verwarmde omgeving (25 oC) met hoge relatieve vochtigheid (80-90%). Wanneer er dieren sterven, leg deze dan in de koelkast en stuur ze aan het eind van de dag op voor sectie. Aan de hand van de sectie-uitslag kan dan de therapie bijgesteld worden voor de overige dieren.

Bij het ontstaan van luchtwegproblemen kan de primaire oorzaak een longworminfectie zijn, deze longwormen tasten het slijmvlies in de luchtwegen aan waardoor secundair een bacteriële infectie een kans krijgt door de verminderende weerstand van de slijmvliezen tegen de in ieder dier aanwezige bacteriën.  De behandeling zal dan moeten bestaan uit een wormbehandeling (b.v. Levamisol: 10 mg/kg po lx of 200 mg/I gedurende 24 uur) gevolgd door een antibioticumkuur.

Primair kunnen ook virussen een rol spelen: door slechte extrinsieke taktoren (tocht, vocht, te lage temperatuur, te droge lucht) en/of slechte intrinsieke factoren (slechte voeding, stress) kan de weerstand van de slijmvliezen gaan afnemen waardoor virussen (die in een gezond dier aanwezig zijn) een slijmvliesbeschadiging veroorzaken zodat secundair bacteriën toegang kunnen krijgen. Het virus zal door het dier zelf overwonnen moeten worden. De antibiotica zullen een opmars van de secundaire bacteriën moeten stuiten.

Meestal ontstaan de problemen dus door verminderde weerstand van de slijmvliezen (stress, te droge lucht, prikkelende gassen). Daarnaast zal door de hogere infectiedruk, een contactdier ziek kunnen worden.

DARMPROBLEMEN

OORZAKEN:

1 )   Voedingsfouten (ondeugdelijk voer, overmaat van niet-dagelijkse voeding)

2)    Infectieziekte ( virussen, bacteriën, wormen, coccidien)

Wanneer de algehele toestand van het dier goed is, neem dan in eerste instantie voedingsmaatregelen: alleen water (met vitaminen) en droogvoer (1-3 dagen). Laat de ontlasting microscopisch onderzoeken bij uw dierenarts. Wanneer er verbetering optreedt en de uitslag van het ontlastingsonderzoek is negatief (d.w.z. niets gevonden) dan is het probleem opgelost. Let dan in de toekomst goed op ondeugdelijk voer.

Wanneer de toestand slechter is, zet het dier dan apart in een warme omgeving ( 25 oC), geef in eerste instantie een antibioticum (b.v. Baytril 200mg/I + vitaminen). Een verstoring van de darmflora die op Baytril reageert zal op die manier opgelost worden. De uitslag van het ontlastingsonderzoek kan zijn: negatief of coccidiose (behandel dan met b.v. Esb3 30 %: 1 theelepel in 2 I. 5 dagen wel 2 dagen niet en weer 5 dagen wel) of een worminfectie (Levamisol 10 mg/kg, po lx).

HUIDPROBLEMEN

OORZAKEN:

1 )   Hokklimaat: te droge lucht

2)    Infectie: parasieten (b.v. vlooien)

3)    Verwondingen

Huidproblemen komen regelmatig voor. De Tamiops is een eekhoorn die zich zeer regelmatig krabt. De primaire oorzaak van jeuk kan een parasiet zijn en wel de vlo.

Deze lijkt veel op een kattenvlo, is wat roder en onder de mikroscoop van een kattenvlo te onderscheiden. Daarnaast lijkt het me niet onwaarschijnlijk dat een kattenvlo (net als bij konijnen) een eekhoorn als gastheer kiest. Het intensieve krabben geeft wondjes die willen genezen en dus op hun beurt jeuken en weer krabben tot gevolg hebben. Er ontstaat dus een vicieuze cirkel. Mijn ervaring is dat intensievere vlooienbehandeling  (dwz.  nestmateriaal regelmatig verversen en bodem nestkastje behandelen met Liberate of Vetkem interieurspray) de cirkel zal doorbreken.

Vechtverwondingen vormen ook vaak een primaire oorzaak van jeuk en kunnen op dezelfde manier een vicieuze cirkel tot gevolg hebben. Hier zal apart zetten en eventueel een antibioticumkuur nodig zijn om de cirkel te doorbreken. Binnen mijn populatie Tamiops komt een lijn voor die veel eerder huidproblemen vertoont dan de andere lijnen. Het is me opgevallen dat de jongen in eerste instantie heel slecht in hun vacht komen en lang kale plekken houden. Met het ouder worden trok dit dan spontaan bij en alleen op latere leeftijd treedt er weer kaalheid op. De oorzaak is me niet helemaal duidelijk. Er zal wel een erfelijke factor meedoen.

ELEKTRONISCHE IDENTIFICATIE

Identificatie bij Tamiops mcclellandii is goed mogelijk m.b.v. een transponder (chip). De chip kan het beste subcutaan tussen de schouderbladen worden ingebracht. Sinds begin 1996 zijn er chips die voldoen aan de ISO-norm, in de handel gebracht door Rhone-merieux en Virbac. De registratie vindt plaats via de Nederlandse Databank Gezelschapsdieren. De chip moet door de dierenarts ingebracht worden.

Het inbrengen kan onder lichte sedatie (kapje met Halothane) of zonder sedatie. Wanneer we het dier niet sederen is de naar mijn idee minst stressvolle manier: jaag het diertje vanuit zijn nestkastje in een smal schepnet met mazen van ca. 4mm. Laat het diertje doorlopen tot een punt van het vangnetje. Fixeer het diertje door de punt van het net af te sluiten met een touwtje zo dat het kopje min of meer klem zit in de punt. Met duim en wijsvinger wordt dan de huidplooi tussen de schouderbladen opgehouden en de chip wordt mbv. de naald door de mazen van het netje in de huidplooi gebracht.

Bert Diender

(Tekst en foto's copyright Bert Diender)